Welkom
Bemiddeling
Programma voor kinderen
Boeken
Bemiddelaar
Blog
English

De SurvivalKID Echtscheiding: een vlot boekje vol informatie en tips voor kinderen van scheidende ouders.

van Luc Descamps en Dimitri Mortelmans (2014).

aug. 2016

In de reeks Survivalgidsen verscheen in maart 2014 deze SurvivalKID voor kinderen in (echt)scheidingen. Luc Descamps, die reeds aan een paar andere survivalgidsen heeft meegeschreven (diabetes, autisme en dyslexie), is jeugdboekenschrijver en leraar. Hij werkte voor dit boekje samen met Dimitri Mortelmans van de Universiteit Antwerpen, faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, docent en onderzoeker in thema’s als echtscheiding. Een boeiende spreker trouwens, voor wie de gelegenheid krijgt een lezing van hem bij te wonen.

Deze Survivalgids is specifiek geschreven voor de kinderen zelf. Over 140 bladzijden overloopt het alles wat je als kind in een scheiding kan overkomen. Het boekje beschrijft veel verschillende situaties, zodat je als lezer zeker een aantal situaties en gevoelens zal herkennen. De auteurs reiken tips aan om ermee te kunnen omgaan, om je beter in je vel te voelen. Het boekje richt zich tot kinderen van het einde van de lagere school, begin middelbare school. Maar ook oudere kinderen en ouders voelen zich waarschijnlijk aangesproken door de vlotte en directe stijl van dit boekje. De vele illustraties zijn grappig (bedoeld) en maken de moeilijke thema’s wat makkelijker om lezen.

In de 15 hoofdstukken lees je telkens over een bepaald thema in verband met scheiding. Houdt de jonge lezer het niet vol om het hele boekje door te nemen, dan heeft zij in hoofdstuk 1 alvast duidelijk gelezen dat de reden van de scheiding niets met haar te maken heeft: het is niét de schuld van het kind. In de hitparade van de redenen om te scheiden, het volgende hoofdstuk, maken de auteurs dit nog eens duidelijk: ouders zijn uit elkaar gegroeid, passen niet bij elkaar, er is een nieuwe partner, een partner kreeg te weinig aandacht, een partner was te veel met werk bezig, …

De auteurs raden het kind aan de scheiding te aanvaarden, er met iemand (een vriend, leerkracht, grootouder …) over te praten, wat het aanvaarden makkelijker kan maken. Om te toon wat luchtig te houden stellen de auteurs voor een clubje met een ‘scheidkrant’ te maken.

Het boekje informeert het kind over de verblijfsregeling, de klassieke regeling versus co-ouderschap. In dat deel lees je de eerste ‘noodkreten’: citaten van kinderen voor wie het erg fout loopt. Een eye opener voor de ouders is het stuk waarbij de verhuisbewegingen worden opgelijst van het kind dat om de paar dagen naar de andere ouder verhuist. De verhuistips zijn handig voor het kind, confronterend voor de ouders. Een paar hoofdstukken verder lezen het kind meer tips om met 2 huizen om te gaan.

Fenomenen als Disneypapa’s, PAS (parental Alienation syndrome), verarming na scheiding, komen ook aan bod. Hoewel de toon van het boekje en de illustraties vlot en grappig zijn, gaan de auteurs moeilijke thema’s dus niet uit de weg.
In een aantal hoofdstukken wordt de procedure van echtscheiding, de werking van de rechtbank, bemiddeling uitgelegd. Daar waar eerder in het boekje foutief staat dat je vanaf 15 jaar in België mag kiezen waar je gaat wonen, lees je hier de juiste uitleg over het hoorrecht en de plicht van de rechter om elk kind vanaf 12 jaar oud voor een gesprek uit te nodigen.

De volgende hoofdstukken raken de emotionele kanten van wat na een scheiding kan gebeuren. Er komt een nieuwe partner op het toneel, er zijn stiefbroers en -zussen, er komt een nieuw kindje van je ouder met de nieuwe partner. Zich inlevend in de gevoelens en angsten van het kind, geven de auteurs tips over de gezinsgewoontes, je kamer die je misschien moet delen, het nieuwe kindje dat ze misschien liever zullen zien …

Doorheen het boek stimuleren de auteurs het kind om te praten met de ouders, een leerkracht of andere kinderen van gescheiden ouders in vertrouwen te nemen. Het voorlaatste hoofdstuk wijden de auteurs op een ludieke manier aan de band van kinderen met hun grootouders.

Allerlaatst vinden de lezers verwijzingen naar enkele Vlaamse en Nederlandse websites van hulpverlening of instanties die kunnen doorverwijzen.

Tips voor ouders, plusouders en grootouders zijn bij wijze van appendix toegevoegd. Dit is boeiend, maar even goed zou ik hen aanraden om gewoon dit boekje te lezen, en wel zoals het bedoeld is: hoe ervaren kinderen zoal de scheiding van hun ouders, en welke tips kunnen ze krijgen?

Descamps, L., & Mortelmans, D. (2014). De SurvivalKID Echtscheiding (2014). Kalmthout: Abimo.


Ouderverstoting: wat is het juist? En wat kunnen we dan doen?

Bespreking van het boek ‘Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotings- syndroom.’ van Ludo Driessen

jul. 2016

Een kind wil na de scheiding geen contact meer met één van de ouders. Het ouderstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS) is een fenomeen dat gekend is bij ouders, bij hulpverleners, in de juridische wereld. Voor hen, en zeker ook voor de grootste slachtoffers, de kinderen, heeft Ludo Driessen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut, dit boek geschreven.

In het eerste deel bespreekt de auteur hoe we het ouderverstotingssyndroom moeten begrijpen. Het tweede deel besteedt hij aan het aanpakken van dit syndroom.

Voortbouwend op de definitie van de Amerikaanse kinderpsycholoog Gardner, bespreekt Driessen de verschillende aspecten van het ouderverstotingssyndroom. PAS is een vorm van vervreemding, door verstoting en minachting, gebaseerd op irrealistische redenen, waarbij de verblijfouder een grote rol speelt in de demonisering van de andere ouder en de programmering van het kind, en waarbij de andere ouder het slachtoffer is.

Wanneer kinderen zodanig verwikkeld geraken in de vechtscheiding van hun ouders, en ze niet loyaal mogen zijn aan beide ouders, raken ze in een loyaliteitsconflict. Een ouder kan het kind opdringen een keuze te maken, door enerzijds het kind aan zich te binden vanuit een emotionele behoefte (‘Wat zou ik zonder jou aanvangen?’), en anderzijds door de andere ouder te demoniseren. Om dit conflict te overleven, maakt het kind een keuze, en kiest het voor één ouder. Echter, de omgeving krijgt zand in de ogen gestrooid: ze denkt de beslissing te moeten respecteren, maar de loyaliteit van het kind naar beide ouders blijft wel degelijk bestaan.

Driessen noemt de miskenning door één ouder van de loyaliteitsgevoelens van het kind tegenover beíde ouders een vorm van kindermishandeling. Verder in het boek heeft hij het dan ook over Ex-Partner Alienation Syndrome (E-PAS) of het ex-partnerverstotings- syndroom. Het E-PAS is de start van het verstotingsproces; het PAS waarbij het geprogrammeerde kind de andere ouder verstoot het eindresultaat.

Hij bespreekt en illustreert de processen van vervreemding en minachting, en de rol van elke ouder en van het kind in het verstotingsproces.

Er is volgens Driessen nood aan een instrument om een PAS, en de ernst ervan, vast te stellen. Hij ziet dit als een inventaris van thema’s en vragen om enerzijds de problemen van de ouders vóór, tijdens en na de scheiding, en anderzijds het gedrag en de beleving van de kinderen, in kaart te brengen. Aan de hulpverlener om dit model aan te vullen, te nuanceren, de subjectieve belevingen van de betrokkenen te erkennen. De bijlage van het boek bevat zo’n PAS-checklist voor de hulpverlener. Deze checklist met uitspraken over het kind, over de inwonende ouder en uitwonende ouder, sluit aan bij de uitleg die Driessen in het eerste deel van het boek geeft over het ontstaan van PAS.

Hoe pakken we PAS aan? Driessen bespreekt het bestraffingsmodel van Gardner, die gelooft dat bij de meest ernstige vorm van PAS de programmerende ouder moet gestraft worden, en het kind bij de verstoten ouder worden geplaatst. In Vlaanderen ziet Driessen ouderschapsbemiddeling en de neutrale bezoekruimte als belangrijkste methoden om PAS te bestrijden.

Aangezien PAS voorkomt bij extreme vormen van vechtscheiding, blijft de verantwoordelijkheid van PAS bij de ouders. De in Nederland ontwikkelde interventiemethode ‘Kinderen uit de Knel’, sinds 2015 ook in Vlaanderen toegepast, werkt met ouders om het kind terug in beeld te brengen en hun strijd te stoppen. Indien er enige vorm van verzoening mogelijk is, wordt ook contactherstel weer mogelijk.

Is psychologische hulpverlening aan beide ouders is niet mogelijk, dan kan ook therapeutisch werken met één ouder tot betere communicatie met de andere ouder leiden, en aan contactherstel te werken. Ook is psychologische hulp aan het kind te overwegen. Het kind blijft immers machteloos als de ouderlijke strijd ondertussen blijft duren; het kan schuldgevoelens induceren, of het kind terug in de ouderlijke strijd betrekken terwijl het juist rust zocht. Als lezer onthoud je hier vooral dat psychologische hulpverlening aan het kind delicaat is en meerdere risico’s inhoudt, wat de auteur ook erkent.

Er bestaat geen toverformule om PAS te doorbreken en aan contactherstel te werken. De uitdaging voor de hulpverleners ligt in het bewandelen van een meervoudig spoor: een combinatie van ouderbemiddeling, neutrale bezoekruimte, therapeutische gesprekken met ouders samen of apart, ondersteuning van het kind, een therapeutisch programma als ‘Kinderen uit de Knel’.

Driessen eindigt tenslotte in een epiloog met tips voor een schone scheiding. Gescheiden ouders moeten in hun communicatie constructief met elkaar omgaan, en de loyaliteit van hun kinderen tegenover de andere ouder altijd blijven respecteren. Te laat, voor wie verwikkeld is in een PAS?

literatuurlijst

Driessen, L. (2016). Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotingssyndroom
Garant: Antwerpen-Apeldoorn

van Lawick, J. & Visser, M. (2014). Kinderen uit de Knel. Een interventie voor gezinnen verwikkeld in een vechtscheiding Amsterdam: Uitgeverij SWP.


Awel, ik ben in de war door de scheiding van mijn ouders

feb. 2016

Op de website van Awel, de vroegere Kinder- en Jongerentelefoon, lezen we in de jaarrapporten dat al meerdere jaren ‘relatie tot de ouders’ het belangrijkste gespreksthema is in alle contacten. Kinderen en jongeren leggen voornamelijk via chat, e-mail en het forum vragen, problemen, belevingen onder de thema’s ‘contact na scheiding’ of ‘nieuw samengestelde gezinnen’ voor.

Awel, het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en studenten van de professionele bachelor Gezinswetenschappen (Odisee) hebben 145 chatgesprekken van 2013 over scheiding geanalyseerd. Dit onderzoeksrapport is op 21 januari 2016 gepresenteerd en vind je op de website van Awel en van het Kenniscentrum HIG.

De kinderen en jongeren geven aan dat veel verandert in hun leven, wanneer hun ouders scheiden: de gezinsvorm, de financiële situatie, het verhuizen tussen ouders, de frequentie en de kwaliteit van contact met een ouder… In de chatgesprekken vertellen ze te weinig betrokken zijn bij de scheiding: ze zijn slecht geïnformeerd en krijgen geen stem bij de bespreking van de verblijfsregeling, die ze soms willen aanpassen.

We lezen dat ze zitten met vragen over hun rechten, over het <a href=”http://www.kinderrechtswinkel.be/index.php?ID%3D38623%26newsID%3D7005 target=”_blank””>hoorrecht, en dat ze vertellen over hun (minder goede) ervaringen die ze bij de uitoefening van het hoorrecht hadden. Als bemiddelaar heb ik de ervaring dat ook ouders meestal niet goed weten hoe het hoorrecht voor kinderen werkt, wat de gevolgen zijn als een kind gehoord wordt door de rechter. Vanuit onze informerende rol kunnen we daar als bemiddelaar zeker een bijdrage toe leveren.

De chats tonen hoe kinderen aandacht en steun missen van hun ouders, die erg in beslag genomen zijn door de gevolgen van hun scheiding. Aanhoudende zware conflicten tussen ouders leidt tot loyaliteitsconflicten bij de kinderen. Als gevolg van de scheiding raken sommige familiebanden verbroken. Niet alleen verliezen de kinderen zo de goede band met een grootouder of tante, ze verliezen ook de steunbron die broodnodig kan zijn in een moeilijke aanpassing bij scheiding.

Verder gaat het onderzoeksrapport in op wat er bij scheiding in de kinderen omgaat, en hoé zij hiermee omgaan, wat hun copingstrategieën zijn. Heel boeiend is te lezen hoe kinderen op zoek gaan naar ‘beschermjassen’, of de beschikbare beschermjassen aannemen. In het rapport wordt ‘beschermjassen’ als zelfstandig naamwoord gebruikt. De term vonden de auteurs van het rapport bij Kitlyn Tjin A Djie, die het hanteert als werkwoord in interculturele hulpverlening. Vertaald naar de scheidingscontext, verstaan we beschermjassen voor kinderen en jongeren als de bescherming hen geboden door hen in te bedden in hun krachtbronnen.

Beschermjassen kunnen kinderen onder meer vinden in Awel, familieleden, ook de stiefouder. Leeftijdsgenoten kunnen ook een sterke krachtbron zijn. Het rapport beveelt dan ook aan dat het welzijnsveld sterker inzet op lotgenotencontact, zoals onder meer de Scheidingsschool dit organiseert. Ook Awel ziet mogelijkheden dit lotgenotencontact of peer to peer support op hun forum te ontwikkelen.

Op school tenslotte kan een luisterbereide en ondersteunende leerkracht of leerlingbegeleider een ‘beschermjas’ zijn. Een CLB-medewerker zal, in het spanningsveld van beroepsgeheim en betrekken van de ouders, het vertrouwen van de kinderen en jongeren serieus nemen.


Jongeren van gescheiden ouders nemen het woord en kiezen voor bemiddeling

nov. 2014

Veel boeken, artikels, lezingen hebben het terecht over het belang van het kind in een (echt)scheiding. De KAJ-jongeren trokken mijn aandacht als bemiddelaar, doordat ze zélf het woord nemen en een duidelijke boodschap te delen hebben over de gevolgen van de scheiding van hun ouders voor hén. In oktober kwamen ze reeds in de media. Met een groep studenten Gezinswetenschappen trokken we zaterdagnamiddag 22 november naar het Poelaertplein in Brussel, waar de KAJ over dit thema een symbolische actie had opgezet. Meter van de actie is Claire Wiewauters, docente aan het Hoger Instituut Gezinswetenschappen, en auteur van het boek ‘een week mama, een week papa’.

Jongeren getuigden ontwapenend, onder meer over hoe ze meegesleurd worden in de conflicten van ouders, een onaangepaste verblijfsregeling moeten ondergaan, zich niet thuis voelen, hun zorgen rond de scheiding met niemand kunnen delen. Elk van deze zorgen werd letterlijk geplakt op een symbolisch reistasje.

De KAJ-jongeren toonden echter ook reistassen met hun dromen: hoe ze willen dat ouders communiceren in het belang van het kind, de verblijfsregeling aan hen en hun veranderende leven wordt aangepast, en dat vrienden, familie en leerkrachten luisteren naar hún verhaal.

De beleidsmakers kregen onder meer de boodschap dat bemiddeling een belangrijke plaats moet krijgen in een scheiding! Onder meer stelden de jongeren een paar bemiddelingspogingen verplicht te maken, de bemiddelaar de vaste gesprekspartner te laten zijn, co-ouderschap niet vanzelfsprekend te laten toepassen door de rechter. Zeer krachtig is dat de KAJ-jongeren willen dat de bemiddelaar de vaste gesprekspartners is, niet de rechter of advocaten van de ouders. Jongeren vanaf 14 jaar zouden zelf naar de bemiddelaar moeten kunnen stappen om de regeling aan te passen; deze bemiddelaar moet op zijn beurt regelmatig de vraag stellen of de regeling moet veranderen, bijvoorbeeld elke 2 of 3 jaar. Dit is waar je volgens mij als bemiddelaar een verschil kan maken: laat de ouders heel gedetailleerde overeenkomsten maken, en maak een overeenkomst op maat van het kind. Dat betekent dat afspraken moeten kunnen wijzigen naarmate de leeftijd, het leven en de ervaringen van het kind veranderen.